Achtergrond

De Wysburg in Thüringen

Ongeveer 50 km ten zuiden van de stad Weimar ligt het dorpje Weisbach in een schitterende landelijke omgeving tussen de heuvels met uitgestrekte graanvelden, ruisende beken, dichte bossen en oude spoorlijnen. Een kilometer buiten het dorp ligt in een bos de ruïne van de Wysburg.



De Wysburg was een kasteel dat omstreeks 1340 na een belegering is verwoest. Sinds 1986 wordt er een opgraving uitgevoerd die nog steeds als “Lustgrabung” te boek staat (een inmiddels zeldzame soort opgraving). De opgraving wordt uitgevoerd door een plaatselijke archeoloog en staat onder toezicht van het Thüringer Landesamt für Bodendenkmalpflege in Weimar. Op de site moet restauratiewerk aan muren plaatsvinden en wordt een van de grachten uitgegraven. Ook moet er ingemeten en getekend worden. In samenwerking met de regionale archeoloog van het instituut in Weimar kunnen ervaren deelnemers aan archeologische opgravingen ook op objecten in de nabije omgeving van Weisbach ingezet worden. Op de opgraving werken ’s zomers gedurende drie weken studenten uit de hele wereld als er deelnemers van het International Workcamp zijn. Daarnaast zijn er sinds 1991 elk jaar ook scholieren en studenten uit Nederland aan het werk.

Achtergronden en korte geschiedenis van burcht en opgraving.

Over de Wysburg, bij het dorpje Weisbach in het oosten van Thüringen, is nauwelijks iets bekend. Alleen in de nabije omgeving kende men het verhaal van de Wysburg: Eeuwen lang vertelden de bewoners Weisbach en de omliggende dorpen elkaar de legende van de roofridderburcht die op een heuvel langs de Otterbach zou hebben gelegen. De roofridders persten de boeren in de omgeving geld af, dwongen reizigers en kooplieden tol te betalen en stalen de belastingen die aan de kerken werden afgedragen. Ze leefden in “Saus und Braus”. Klachten over de overlast van de rovers bereikten uiteindelijk koning Rudolf II van Habsburg, die in 1291 met een machtig leger naar Weisbach trok om de burcht in te nemen en de rovers te straffen. Maar door de ligging van het kasteel op een steile heuvel kon het koninklijke leger niets uitrichten. Daarom liet Rudolf met behulp van de stad Erfurt een helse machine aanrukken. Een blijde of stenenslingeraar, die grote keien over een geweldige afstand tegen de muren van het kasteel moest werpen. Op een tegenover de Wysburg gelegen heuvel werd de blijde opgericht en de beschieting begon. De roofridder en zijn mannen stonden op de dikke muren van het kasteel en veegden met ganzenvleugels over de muren om de aanvallers duidelijk te maken dat hun stenen niet meer schade aan de muren zouden aanbrengen dan een veertje zou doen. Toch schoten de aanvallers een bres in de muren van het kasteel en de burcht werd ingenomen. De rovers werden ter dood gebracht en het kasteel werd gesloopt om te voorkomen dat ooit nog een rover zich van de machtige burcht zou meester maken. Sindsdien lag er op de heuvel een hoge berg stenen afkomstig van de voormalige burcht. Tot zover de legende. Historici beschouwden het verhaal als fantasie, hoewel in het bos bij Weisbach wel degelijk de resten van een onbekend kasteel lagen. De geschiedenis met de zogenaamde blijde klopte volgens de deskundigen al helemaal niet omdat dergelijke primitieve middeleeuwse werktuigen nooit zo ver hadden kunnen schieten. De dichtstbijzijnde plek van waar men de Wysburg had kunnen beschieten lag ongeveer 300 m van de burcht. Een onoverbrugbare afstand. Wel wist men dat er in het archief van het bisdom Naumburg, waar de streek om Weisbach bij hoorde, een oorkonde uit 1320 was, waarin stond dat de inkomsten van de belastingheffing uit een aantal parochies in de buurt van Weisbach veel lager waren dan normaal door de overlast die men ondervond van de heren van het “Castrum Honwalde” bij Wyspach zoals Weisbach ook genoemd werd. Op oude kaarten staat de Wysburg ook wel aangeduid als Hohenwaldsburg. Tegenwoordig gebruikt men voor de burcht toch steeds de naam Wysburg, omdat die in de volksverhalen altijd zo werd genoemd.


In 1985 moest een archeoloog in opleiding, Hubert Rossbach uit Weisbach, een proefopgraving uitvoeren voor zijn studie. Hij koos voor zijn onderzoek de puinhopen van de burcht bij zijn dorp en groef een ‘Suchschnitt’ van ca. 15 m lengte. Toen hij door het puin heen de bergbodem bereikte vond hij een aantal grote kogels van kalksteen (dolomiet). Deze vondst wekte grote beroering onder archeologen en men begon het jaar daarop met een systematische opgraving.
Inmiddels is een groot deel van de burcht opgegraven. Daarbij zijn talloze zaken gevonden die wat licht op de duistere geschiedenis van de Wysburg werpen, maar die ons ook iets meer vertellen over het leven van kasteelbewoners in de hoge middeleeuwen op een onbeduidend kasteeltje in het midden van het Heilige Roomse Rijk. Interessant is dat de burcht vermoedelijk tussen 1340 en 1350 is gesloopt en dat de resten sindsdien onaangeroerd zijn gebleven tot de archeologen begonnen te graven.
Sinds 1986 bezocht Nick Kieft, docent geschiedenis op een middelbare school, met enige regelmaat de DDR om vrienden te bezoeken. Tijdens een van die bezoeken kwamen ze bij toeval in het dorpje Weisbach waar juist het jaarlijkse ‘Burgfest’ werd gehouden. Nick maakte kennis met Hubert Rossbach en al gauw kwam het idee op om met een aantal leerlingen van zijn school aan de opgraving te komen meewerken. In 1991 bezocht voor het eerst een groepje leerlingen van het Ommelander College uit Appingedam Weisbach om in de zomervakantie een week mee te helpen bij de opgraving. Dat bezoek werd jaarlijks herhaald tot het jaar 2000. Onderdak werd gevonden in een voormalig vakantieoord van een grote bedrijvenkombinatie uit Jena, dat sinds de Wende aan de gemeente Weisbach behoorde. Het is gevestigd in een oude boerderij. In de jaren dat ‘die Holländer’ naar Weisbach kwamen, is er een warme vriendschap over en weer ontstaan. Werken op de opgraving, excursies naar Weimar en andere plaatsen, gezellige barbecues (grill) en een verblijf in een schitterend dorpje in een al even mooie omgeving bepaalden de sfeer.
Sinds de val van de muur is Thüringen net als de rest van de DDR een groot bouwterrein. De opgraving van de Wysburg, ver van de bewoonde wereld kreeg ineens geen prioriteit meer. Alle gelden voor archeologisch onderzoek moesten aan noodopgravingen besteed worden, soms letterlijk voor de aanstormende bulldozers aan. Het jaarlijkse bezoek aan de Wysburg was voor Hubert Rossbach een mooie gelegenheid om de media en de autoriteiten op het belang van de opgraving te wijzen en daarmee om toch nog wat geld los te peuteren. Geld dat steeds meer nodig is. Naarmate de opgraving vordert, moet er meer geld uitgegeven worden aan het conserveren van muren etc. Stoppen met opgraven zou betekenen dat alles wat er opgegraven wordt, prijsgegeven wordt aan schatgravers en verval.

De toekomst van opgraafkampen op de Wysburg

Inmiddels is Nick gestopt met het organiseren van excursies voor scholieren. Na tien jaar was er behoefte aan verandering. Toch zou het prachtig zijn als er toch een continuïteit in de bezoeken uit Nederland zou blijven bestaan. Vandaar dat de mogelijkheid is onderzocht om ondermeer studenten van de RuG aan de opgraving deel te laten nemen. Daarvoor pleiten enkele argumenten:

Deelnemers aan de opgraving kunnen verblijven in het voormalige Betriebsferienheim in Weisbach. Het is een eenvoudig onderkomen met 2-4 persoons kamers en douchegelegenheid. Vooralsnog betaalt de gemeente het onderkomen van de deelnemers. Verder krijgen de opgravers tijdens werkdagen ’s middags een warme maaltijd aangeboden. In Weisbach is een Gaststätte waar voor weinig geld uitstekend kan worden gegeten. Ook is er een piepklein winkeltje waar drinken, brood en dergelijke gekocht kan worden. In Remptendorf, vijf kilometer verderop, zijn twee kleine supermarkten, een postkantoor, een pinautomaat en een tankstation. Kosten voor de deelnemers betreffen zodoende de reiskosten (afstand Amsterdam-Weisbach 670km, reisduur ca. 7 uur), verzekering en zakgeld. Verder eten in de weekenden, en een bijdrage aan ontbijt (de Gaststätte serveert voor 2 euro een prima ontbijt). Avondeten geheel voor eigen rekening.

Niet alleen voor studenten van de RuG is het een mooie mogelijkheid, ook leden van de Nederlandse JeugdBond voor Geschiedenis passen prima in het beeld. Dus is in 2004 het eerste NJBG-zomerkamp georganiseerd door Janneke Kluit, die het jaar daarvoor als student archeologie van de RuG naar Weisbach kwam. Met 13 deelnemers mag het NJBG-experiment als geslaagd beschouwd worden! Er is hard gewerkt aan een standaard voor de NJBG, zodat in komende jaren de NJBG een vast kamp heeft in Duitsland, en de mensen in Weisbach gegarandeerd een groep ervaren mensen ter beschikking heeft. Idee is om een vaste periode te hebben voor de NJBG. Die is nu vastgelegd op de laatste twee weken van juli. Gedurende de week wordt er geholpen op de Wysburg, maar ook op diverse opgravingen in de buurt, in de weekenden kunnen excursies plaatsvinden naar bestemmingen verder weg.


Tot slot nog een filmpje van de Wysburg. Meer is te vinden op Youtube (zie de linksectie)